Monday, March 10, 2014

Lucht en licht en tijd en ruimte

IMG_4957


Volgens Charles Bukowski is het onzin.

Air and time and light and space
”– you know, I’ve either had a family, a job,
something has always been in the
way
but now
I’ve sold my house, I’ve found this
place, a large studio, you should see the space and
the light.
for the first time in my life I’m going to have
a place and the time to
create.”

no baby, if you’re going to create
you’re going to create whether you work
16 hours a day in a coal mine
or
you’re going to create in a small room with 3 children
while you’re on
welfare,
you’re going to create with part of your mind and your body blown
away,
you’re going to create blind
crippled
demented,
you’re going to create with a cat crawling up your
back while
the whole city trembles in earthquake, bombardment,
flood and fire.

baby, air and light and time and space
have nothing to do with it
and don’t create anything
except maybe a longer life to find
new excuses
for.

(en zie hier voor een prachtige cartoon-versie van het gedicht)

Maar voor Virginia Woolf was het in 1928 een toekomstdroom:

"For my belief is that if we live another century or
so--I am talking of the common life which is the real life and not of
the little separate lives which we live as individuals--and have five
hundred a year each of us and rooms of our own; if we have the habit of
freedom and the courage to write exactly what we think; if we escape a
little from the common sitting-room and see human beings not always in
their relation to each other but in relation to reality; and the sky,
too, and the trees or whatever it may be in themselves; if we look past
Milton's bogey, for no human being should shut out the view; if we face
the fact, for it is a fact, that there is no arm to cling to, but that
we go alone and that our relation is to the world of reality and not
only to the world of men and women, then the opportunity will come and
the dead poet who was Shakespeare's sister will put on the body which
she has so often laid down."

IMG_4946-1

Ik denk er al een week over na met wie ik het nu eigenlijk eens ben. Of, wie ik zou willen zijn. Ja, ik zou wel graag willen leven als een Bukowski - schrijven, creëren tegen de klippen op, en ik ken heel goed de gevaren van de 'voorwaardenscheppende acties' - altijd maar zoeken naar de juiste omstandigheden, en jezelf sussen met 'als, dan' argumenten. De mijne zijn niet zo anders dan die van de persoon in het gedicht van Bukowski: de mogelijkheid om alleen te zijn met mijn gedachtes, zonder verantwoordelijkheden. Een plek waar ik niet de wasmachine hoor piepen zodat ik weet dat ik de was moet gaan ophangen, waar alle tijd en ruimte alleen maar van mij is zonder dat ik daar wat dan ook aan wie dan ook over hoef uit te leggen.


IMG_4954

En inderdaad, wie te veel bezig is met wat er allemaal moet gebeuren voordat er iets kan gebeuren, die zal of apathisch op de bank blijven zitten, verlamd door de vooruitzichten van de enorme hoeveelheid werk die verricht moet worden, of uren dagen maanden besteden aan dat werk - om uiteindelijk nooit aan het Echte Werk toe te komen, omdat de omstandigheden natuurlijk nooit zo ideaal worden als je ze in je hoofd had.


Misschien gaat het er dus om dat je je de omstandigheden niet al te ideaal voorstelt. Woolf had een simpele eis: een kamer voor jezelf, met een slot op de deur zodat je niet gestoord kan worden, en een beetje geld zodat je gedachten vrij kunnen zijn en je niet gedwongen bent om te creëren volgens de eisen van je opdrachtgevers.


Die eigen kamer had ik al lang, maar hij voldeed niet aan mijn minimale eisen: een bureau waaraan het prettig zitten is, een streepje lucht om naar te kijken, een paar planken waar ik boeken en mooie, inspirerende dingen op kwijt kan.

Simpel toch? Het kostte 1 tripje naar Ikea, en een middagje schroeven en boren (ok, het meeste daarvan deed ik niet zelf) en toen was het klaar.

Aan alle voorwaarden is nu voldaan. Ik heb mijn eigen kamer, met overdag uitzicht op de blauwe of grijze lucht, een bureautje waar mijn lange benen onder passen, een raam waardoor ik savonds de zon een kerk in vuur en vlam kan zien zetten.


De deur heeft geen slot, maar dat is ook niet echt nodig. Mijn ene huisgenoot klopt netjes aan en vraag 'kan ik je even storen?', mijn andere huisgenoot krabbelt zachtjes aan de deurpost, zelfs als de deur op een kier staat, en trip-trapt pas naar binnen als ik zeg: 'kom maar, Dikkie!'



IMG_4958

Bij herlezing van Woolfs essay viel me trouwens een zin op die ik eigenlijk veel mooier en prikkelender vindt dan de beroemde 'room of one's own' quote.

"if we face the fact, for it is a fact, that there is no arm to cling to, but that
we go alone and that our relation is to the world of reality and not only to the world of men and women"
... dan kan er eindelijk geschreven worden, zoals er geschreven moet worden.

Die kamer, met of zonder slot, maakt dus eigenijk niet zoveel uit. Is er ruimte in je hoofd? Kun je naar de hemel kijken zonder dat er een silhouet van een geliefde tussen jou en de zon staat? Kun je, durf je na te denken alsof je alleen op de wereld bent? Kun je open zijn en toch je afsluiten - zoals Bukowski dat van je vraagt, dat je onder alle omstandigheden in staat bent je terug te trekken in de enige kamer die echt alleen van jou is - jezelf?

De excuses zijn op! Aan het werk, dus maar.

IMG_4959


Friday, February 28, 2014

Brief aan de merel

2014-02-25 08.26.55


Lieve merel,

Dankjewel, dat je sochtends en savonds komt zingen voor mijn raam. Ik weet dat je het hoogste punt zoekt - en omdat mijn balkon het hoogste punt van de buurt is, zit je daar graag, en klinkt het bijna alsof je naast mijn bed aan het zingen bent.

Je zingt mooi, al moet ik zeggen, dat de schoonheid van je zang voor mij bitterzoet is. Want weet je, ik ben niet iemand die lentekriebels krijgt, iemand die vanaf 21 december opgelucht zegt: "zo, we gaan de goede kant weer op!", iemand die blij is met langere dagen. In tegenstelling tot de meeste mensen, word ik vrolijk van de herfst, en melancholiek van het voorjaar. Ik weet niet precies waarom dat is. Misschien omdat ik het niet snel koud heb, en wel snel te warm? Maar los daarvan, waarom zou je niet houden van de herfst en de winter? Lange avonden, maaltijdsoep en wild, stevige rode wijn en belgisch bier. Op de bank met een kat om te aaien, of met een mens om bij op te warmen. Strandwandelingen met ijzige tegenwind die je ogen laat tranen en daarna chocolademelk met rum en kaarslicht, waar iedereen mooier van wordt, en ja daar hield ik al van toen ik 25 was en me nog geen zorgen hoefde te maken of mijn rimpels wel of niet zichtbaar waren. (Om met Nora Ephron te spreken: “Our faces are lies and our necks are the truth. You have to cut open a redwood tree to see how old it is, but you wouldn’t if it had a neck.”)

2014-02-25 08.27.22


Ik hou van het seizoen waarin alles naar binnen gekeerd is, waar je rustig over dingen kunt nadenken, dingen kunt laten rijpen in hun winterslaap, dingen kunt onderzoeken zonder er meteen grootse projecten van te hoeven maken.

Jouw lied, merel, kondigt een nieuw seizoen aan. Het seizoen waarin moet blijken of de plannen het zonlicht kunnen verdragen. Het seizoen waarin de oksels altijd kaal moeten zijn en de benen altijd glad (en bruin). Waarin na een kort fietstochtje het zweet op je voorhoofd staat. Waarin mensen hysterisch worden van een klein beetje zon en massaal op wankele stoelen, balancerend op stadstrottoirs bij elkaar kruipen. De tijd waarin je je realiseert dat je alweer, nog steeds, niet in je badpak past (al is dat niet erg, want je wil toch niet naar het strand als je niet gewoon aangekleed mag zijn.)

Dat seizoen, ja, het heeft ook mooie kanten, weet ik wel. Mijn gevoel is bitterzoet tenslotte, niet echt bitter, of zuur. Asperges. Rabarber, natuurlijk. Tuinbonen!. Frambozen, bramen, aardbeien. In de schaduw op een verstopt terras met een glas rosé (één klontje ijs, graag). Zomerjurkjes, avondwandelingen naar de ijswinkel, zonsondergang picknicks op het strand. Vakantieplannen maken.In de zon op het balkon spelen met Dikzak. Naar het park, onder een boom met een boek, je slippers uitschoppen en het gras tussen je tenen voelen. De lange lome augustus als alle Amsterdamse kinderen met hun ouders in Zuid Frankrijk zitten, het Vondelpark sochtends vroeg helemaal leeg is, de tijd vertraagt (en je voelt: we gaan weer de goede kant op, naar de herfst, naar pompoenen en kortere dagen en koele avonden en...)

Aan al die dingen denk ik als ik je hoor zingen. Ik heb er alle tijd voor, want je zingt lang. Wel een uur, denk ik, sochtends. En weet je: ik heb op het gezang helemaal niks aan te merken - ik begin zelfs variaties te ontdekken in wat eerst steeds opnieuw hetzelfde melodietje leek. Ik weet niet of de ene merel heel anders zingt dan de andere, maar laatst toen ik door het park fietste en een merel hoorde, dacht ik:'ha, de mijne zingt beter!'

Ik heb eigenlijk maar 1 wens, lieve merel. Ik begrijp dat het erg ver gaat om je te vragen te beginnen met zingen, zo'n klein kwartiertje voordat mijn wekker gaat. Dan zou ik zo heerlijk en melodieus de dag in kunnen zweven. Nee, dat is niet realistisch, ik snap het. Maar misschien kan ik je dan toch vragen om iets, iets later te beginnen met je concert? In plaats van om half 6, misschien om een uur of 7? Zou dat lukken? Want weet je, merel, ik hou van je zang en ik hou van mijn mijmeringen over de seizoenen, maar ik hou ook heel erg veel van mijn nachtrust.

Je medewerking wordt op prijs gesteld.

Met lieve groeten,

Klary, van 7 hoog op het noordoosten.

Tuesday, February 25, 2014

Geitjestherapie

IMG_4916


Soms is dat wat je nodig hebt: een wandeling door het sprookjesbos, met aan het eind koffie met geitenmelk, op een terrasje in de zon, een stukje biologische notentaart, de geur van stro en mest, en een lachende geit:


IMG_4921


Soms, als ik op mijn vrije dag de kriebels krijg, en niet kan kiezen tussen opruimen / de was doen / nuttige dingen schrijven / aan mijn literaire levenswerk beginnen, dan neem ik de bus naar het Amsterdamse bos en wandel naar de geitenboerderij.

IMG_4925


Het voelt altijd een beetje gek om daar de enige solo volwassene te zijn (de paar andere mensen die er zonder kinderen naar toe gaan, zijn verliefde stelletjes van een jaar of 20 - je ziet er niemand, echt niemand in z'n eentje.) Maar na een sessie 'kleine geitjes aaien' is het aangenaam op het zonnige terras, en kan ik om me heen kijken en maar al te blij zijn dat ik er alleen zit, in mijn eigen stilte die zelfs door kindergeschreeuw niet verstoord kan worden.

IMG_4928


En luisteren levert soms ook nog amusement op - zoals deze uitspraak van een vermoeide en geirriteerde moeder: "Nou, als je alleen ijs wil, dan gaan we daar natuurlijk niet voor in de rij staan, want ijs, dat vind IK geen middageten".

Dat kind krijgt mooie lessen in logica.

Maar ach, om Pema Chodron te parafraseren - als er niets is om je aan te ergeren, hoe moet je je dan oefenen in geduld?

Het was een mooie maandag.

Thursday, February 13, 2014

Over bos , auto's en angst

"Weet je wat gek is?" zegt mijn vriendin.

We zitten tegenover elkaar, een fles wijn tussen ons in. Ze is mijn beste en oudste vriendin. We kennen elkaar al meer dan 25 jaar. We zijn groot geworden, hebben leuke en miinder leuke dingen gedeeld. Soms woonden we samen in 1 huis en soms waren er verschillende landsgrenzen die ons scheidden. Soms dreven we een beetje uit elkaar en altijd vonden we elkaar weer, ergens.

Het is een paar maanden geleden dat we elkaar gesproken hebben. We hebben Werk, Familie en Liefde al behandeld. Nu hebben we het over autorijden.
Zij is net zo oud als ik, en heeft een paar jaar geleden haar rijbwijs gehaald. Ik heb nooit mijn rijbewijs gehaald. Grote bewondering heb ik, voor iedereen die kan autorijden. Ik grap wel eens dat van het uitgespaarde geld (dat nodig zou zijn geweest om mij afrij-klaar te maken) ik tot mijn dood in taxi's kan zitten.
Mijn vriendin kan autorijden, maar doet het niet vaak. In de stad heb je een auto maar zo zelden nodig. Kleine stukjes rijdt ze, om iets op te halen, om haar kindje ergens naar toe te brengen. Maar af en toe stapt ze met kleuter en een weekendtas in de auto en gaat de snelweg op en rijdt 2 uur naar het zuiden waar haar ouders wonen. En: "Weet je wat zo gek is?" zegt ze. "De ene keer ben ik dan helemaal gelukkig en voel ik me stoer en heb ik de controle en zoeft alles zo lekker door. En de andere keer ben ik ineens bang. En lijkt het alsof alles mis kan gaan, en zit ik met gespannen schouders achter het stuur. Terwijl er dan niks veranderd is!"

IMG_4777


Angst is iets geks.

Hoe meer ik nadenk over angst (en het is 1 van mijn favoriete onderwerpen, dus ik denk er veel over na) hoe minder ik ervan begrijp. Steeds meer blijkt dat angst helemaal niets te maken heeft met wat er in de buitenwereld gebeurt - maar enkel en alleen met wat mijn hoofd ervan maakt, hoe ik de buitenwereld bekijk, en vooral: hoe ik fantaseer over wat de buitenwereld in de toekomst allemaal zou kunnen worden.

Dat geldt voor elk levensterrein natuurlijk - werk, liefde, familie, verkeer, geld, ga maar door. Vorig weekend werd ik aan herinnerd omdat ik een paar dagen alleen was, in een huisje bij een bos (nu ja, het stond niet echt IN een bos, zoals de advertentie had beloofd, en dat was misschien maar goed ook). Ik ging alleen wandelen en zat 'savonds alleen uit het raam naar het inktzwarte terras te kijken. De eerste dag wandelde ik een paar uur, kwam andere wandelaars tegen die ik de weg vroeg, deed boodschappen en bakte een boerenkoolomelet en dronk rode wijn en keek naar Charlie's Angels op tv. Ik ging vroeg naar bed, de regen kletterde tegen de ramen en de wind deed de planken van het houten huisje kraken. Ik sliep als een roos en werd uitgerust wakker en toen het droog was ging ik weer het bos in.

En alles was anders die dag.

IMG_4742


Was het misschien toch omdat de zon niet scheen? Ik beweer altijd dat ik niet erg te beïnvloeden ben door het weer. Maar het is toch niet hetzelfde, de zwarte klei van omgeploegde akkers tegen een grijze hemel, de boomstammen vettig glimmend van de regen. Toch denk ik dat het dat niet was. Ik heb vaak genoeg gewandeld door weer en wind zonder een spoortje angst. En wat ik nu voelde, terwijl ik in bijna 2 uur van Leusden naar de Pyramide van Austerlitz liep, zou ik ook niet eens echt omschrijven als angst - meer een ongemakkelijk gevoel, alsof ik niet helemaal thuis hoorde in de omgeving, alsof ik afgesneden was van de wereld om me heen in plaats van dat ik er een vanzelfsprekend deel van uit maakte. Een lichte onrust, een licht gevoel van onbehagen.

Zoals je ook je ineens kunt afvragen (zonder dat er enige reden voor is - als er wel een echte reden voor is, vraag je je het meestal helemaal niet af) of iemand die jij leuk vindt jou nog wel leuk vindt. Verlatingsangst, het gevoel dat je elk moment in de steek gelaten kan worden, is niet zo heel anders dan het gevoel dat er straks misschien iemand vanachter een bosje opduikt, dat je gaat verdwalen, of dat een andere weggebruiker ineens iets raars gaat doen.

Je verzint het allemaal zelf. De dreiging van het bos, het huisje dat ineens minder veilig voelde (had ik echt het hek op slot gedaan?), de onrust over de mensen in je leven, grotere onrust naarmate er meer mensen in je leven zijn, meer mogelijkheden om doemscenario's te fantaseren.

IMG_4753


In dat bos? Ik liep door. Ik keerde niet om. Ik wandelde naar Austerlitz, en moest daar 50 minuten op de bus wachten, in het bijzonder deprimerende decor van een voor de winter geheel in plastic ingepakte kinderkermis. Terug in mijn tijdelijke huisje dronk ik bier, kookte minestronesoep. Ik keek naar het wazige avondrood, luisterde naar Thomas Quasthoff die Schumann zingt, kon niet slapen van het onrustige gevoel en lag daarom tot half 3 snachts te lezen. Nou en? Ik heb toch vakantie?

Ik weet niet hoe de volgende (zonnige) dag verlopen zou zijn als ik weer in mijn eentje het bos was in gegaan. Want ik kreeg bezoek, van iemand die ik leuk vind, en toen was alles alweer anders.

Friday, January 31, 2014

Waar wil je naar toe dan?

"Kijk," zegt de vriendelijke verhuurder van mijn vakantiehuisje, als hij me langs zijn eigen grote witte villa naar het hutje in de achtertuin brengt waar ik de komende dagen zal logeren. "Daar aan de andere kant van de weg is het kleine bosje. En als je dan nog wat verder loopt kom je in het grote bos. Ja, je kan eindeloos wandelen hier."

Ik kan niet wachten. Weken heb ik naar dit weekend uitgekeken: na een tijd van werkstress en veel drukte in mijn hart, wordt dit mijn cadeau aan mezelf. Een paar dagen alleen, met een goedgevulde koelkast, muziek, een virtuele stapel boeken op mijn e-reader, films op de laptop. En het bos om te bewandelen.

IMG_4723


Waterfles en boterhammen met kaas in de rugzak en daar ga ik. De weg oversteken, langs het kleine bosje. En dan snap ik de kaart niet meer. Rechtsaf onder de snelweg door? In de verte zie ik flatgebouwen. Een spoorlijn met nergens een oversteekpunt.
Ik hou een paar fietsers aan. Ze zien er erg local uit, maar turen naar mijn kaart alsof ze geen idee hebben waar we zijn. "Ja, je kan hier wel onderdoor hoor. Gaan wij ook zo doen,", zegt de man. Maar als ik vraag of ik dan in het grote bos kom, zie ik hem twijfelen. "Waar wil je naar toe dan?" vraagt zijn vrouw. "Ik wil nergens naar toe,", zeg ik. "Ik wil gewoon wandelen." Ze fietsen verder en ik draai toch maar om, bang om straks tussen de hoogbouw terecht te komen, en loop terug. Rechts de snelweg, links iets wat eruit ziet als een bos, maar waar ik niet in kan, omdat er een hek voor staat. Mijn 'ik ben alleen op vakantie euforie' begint een beetje weg te zakken. Dit was niet wat ik me had voorgesteld. Ik zou tussen de hoge bomen dwalen en verdwalen, in de stilte, met zelfs een vleugje onrust of ik de weg naar huis nog wel zou vinden. Kilometers maken, mezelf uitputten, het hoofd met elke voetstap een beetje leger vegen.

IMG_4734


Een jogger passeert me en ik vraag: "Hoe kom ik in dat bos?" "O, dan moet je nog wel een heel stuk verder lopen. Daar bij het viaduct kan je erin." Het viaduct is een vage grijze streep in de verte. "Waar moet je naartoe dan, uiteindelijk?"
"Ik wil helemaal nergens heen! Ik wil gewoon naar het bos, en wandelen zonder uitzicht op voorbijrazende auto's! Daarvoor ben ik toch niet uit Amsterdam naar de provincie gekomen!"
Dat zeg ik niet. Ik geef het op. Ik wandel terug naar het kleine bosje. Het bosje dat niet groot en niet wild genoeg was. Het bosje waar ik onmogelijk in zal kunnen verdwalen.

Daar wandel ik een uur kriskras over alle paadjes. Ik eet op een bankje in de winterzon mijn boterhammen op. Ik weet dat ik precies een half uur van mijn vakantiehuis verwijderd ben en dat is eigenlijk best een fijn gevoel. Een mevrouw met een hond loopt langs en zegt: "Nou, dat is genieten he?"

IMG_4727


Het is verbazend wat je ziet, als je stil zit. Wat er gebeurt in dit kleine stukje bos. Het roodborstje, de kleine kleurige vogeltjes waar ik de naam niet van ken. Het tegenlicht in de lichtbruine blaadjes die nog aan de kale takken kleven. Het riet dat weerspiegelt in het water, de bomen die naar de hemel reiken met lange armen in een zwart en kronkelig kantpatroon. Het mos op de boomstronken, gifgroen en fluweelzacht. De eekhoorn die langs schiet, het geluid van de bonte specht die met zijn snavel tegen een boom tikt.

Morgen ga ik terug naar dit bosje. Dan zal de zon niet schijnen, dan zal alles grijs zijn en een beetje mistig misschien, met miezerregen. Alles zal er anders uit zien. Alles wacht erop om door mij bekeken te worden.

IMG_4720

Sunday, January 12, 2014

Gratis liefde

IMG_4668
Dikzak ontmoet zijn eigen 3D-model

Dikzak woont nu meer dan een jaar bij ons. We moesten aan elkaar wennen, maar dat proces duurde niet lang. Ik ben precies 1 middag nerveus geweest, dat ik geen goede kattenmoeder zou zijn - dat ik hem zou vergeten eten te geven, dat hij uit het raam zou vallen, van die dingen. Maar nu, nu is hij er gewoon. Weliswaar te gast, een logé, die op een dag weer zal vertrekken, maar vooralsnog een vrolijkmakend deel van mijn dagelijksheid.

Hij heet Dikzak, de naam die zijn echte moeder hem gegeven heeft. Soms sta ik op het balkon en roep hem als hij bij de buren van de bamboe zit te knagen. 'Diiiikzak! Kom je?' En daar schaam ik me allang niet meer voor.

Ik noem hem soms ook anders. Vaak, eigenlijk.

Dikkie
Dikkie Dik
Diksie
Dixie (klinkt hetzelfde, is dat niet)
Dikzak de Pikzak
Dikkie Pikkie
DiksiePiksie
DixiePixie (zie boven);
en dan nog de niet-Dikzakgerelateerde koosnaampjes, die overgebleven zijn van alle andere huisdieren die ik ooit had (en ach wat was Dozo toch lief..):

dozo

schatje
schatjepatatje
liefjepiefje
monster
monstertje
muisjepluisje (dat is een verspreking, want duidelijk wel voor knaagdieren, maar niet voor katten geschikt).

Soms zeg ik zomaar tegen DZ: 'ik hou van jou!' Hij zegt niks terug, natuurlijk. Een huisdier je liefde verklaren is heel ego-loos: hij hoort het niet, begrijpt het niet, het is een cadeau wat je de ruimte in slingert zonder enige verwachting van een tegenprestatie.

Een tijd geleden stuurde ik een mens een liefdesverklaring. En daar verwachtte ik natuurlijk wel een antwoord op. Dat antwoord kwam niet. Ik heb nooit durven vragen: heb je die brief eigenlijk ontvangen? Waarom heb je niks terug gezegd? Ik vroeg me af waarom ik eigenlijk een antwoord nodig had. Ik zou wel graag iemand willen zijn die liefde cadeau doet zonder tegenprestaties te verlangen. Maar dat blijkt minder eenvoudig, als je met mensen en woorden en gevoelens te maken hebt, in plaats van met spinnende katten en springerige ratjes.

Gelukkig is de ene mens de andere niet, en wordt de toekomst niet voorspeld door de in het verleden behaalde resultaten.

Dikzak geef ik voorlopig liefde, knuffels, eten, water en een schone kattenbak. Hij geeft mij knuffels, kopjes, gesnor, gepiep (miauwen kan hij niet), en een zachte buik om te aaien als hij over de grond rolt van de honger. Het is een goeie deal.







Friday, January 10, 2014

Daarom

IMG_20110424_202300

Wat at ik zoal deze week? Eens even kijken.

Rucola salade met wilde zalm en avocado.
Geroosterde spruitjes en worteltjes met komijn en koriander.
Gebakken kip met paprikasaus.
Gehaktsaus met venkel en gecarameliseerde ui.
Wilderijst pilaf met gebakken boerenkool, gerookte amandelen en een gepocheerd ei.
Quinoa pilaf met pompoenpitten, worteltjes en basilicum.
Quinoa salade met worteltjes, wilde zalm en kappertjes.
Pompoencurry-soep met kokos.
Omelet met kerstomaten en basilicum, met tzaziki.

Ik zou ook kunnen opschrijven wat ik deze week allemaal niet heb gegeten en gedronken - en waar ik best trek in had gehad. Maar het is leuker om naar dit lijstje te kijken, en me te herinneren hoe lekker het allemaal was.

Een tijdje geleden las ik over de 'abundance vs scarcity' theorie. Veel gebruikt in de economische wetenschap, die me niet zo boeit, maar duikt ook steeds vaker op in populair psychologische artikelen over mindfulness, in het moment zijn. Heel simpel: je kunt het leven op twee manieren bekijken - alsof overal te weinig van is, of alsof overal genoeg van is. Ja dat klinkt inderdaad erg simpel. Maar een switch van de ene kijk naar de andere kan enorme impact hebben op alles wat je doet maar vooral op alles wat je ervaart.

Als je in januari 'op dieet' gaat, omdat je je zo hebt laten gaan, de laatste maanden van het vorige jaar, en tegen jezelf (en tegen anderen) zegt dat je dit niet mag eten en dat niet mag drinken, dat je moet gaan sporten, dat je dit moet doen en dat moet laten... dan zit je al snel in een donkere cirkel van schaarsheid, waarin je jezelf dingen oplegt waar je geen zin hebt, waar een groot gebrek aan plezier en genot is, en waar vooral (als het je, uiteraard, niet lukt om je eigen goede raad op te volgen) plek is voor heel veel schuldgevoel omdat het wéér niet gelukt is.

De laatste maanden van mijn 2013 waren gevuld met heerlijk eten en drinken. Ik genoot van elke hap en elke druppel. Maar ineens voelde het toch wel als erg veel kaas, wijn, aardappels in alle verschijningsvormen, boter, brood en bier, wat er zoal naar binnen ging.

Even wat anders dus. Niet omdat het moet maar omdat ik het wil en omdat ik er zin in heb. Een leuk projectje, waarbij ik vrolijk in de supermarkt het brood en de pasta voorbij loop, en duizend ideeen heb voor de boerenkool, pompoen, courgette, lenteui, quinoa, avocado, zalm, eieren en kip die in mijn karretje liggen. Ik ontdekte hoe lekker het is om te ontbijten met warme boekweitpap, maakte een nepcocktail voor mezelf met verse gember, limoen en basilicum, ging op tijd naar bed en sliep heerlijk, zat een paar uur in het cafe op 2 spa rood (een bijzondere ervaring), en gebruikte voor het eerst 1 van de heerlijke specerijenmengsels die ik meenam uit Denver. Want dat is ook zo'n raar voorbeeld van schaarsheid-denken: op vakantie allerlei lekkere dingen kopen, en ze dan thuis in het keukenkastje zetten en niet opeten of gebruiken, omdat je het 'zonde' vindt dat ze er dan daarna niet meer zijn. Liever hou je vast aan het toekomstsprookje dat je er ooit van gaat genieten (een kans die steeds kleiner wordt, want echt, ook blikjes en zakjes en flesjes zijn niet eindeloos houdbaar) dan er gewoon in het nu plezier van te hebben.

En dan kan je 'even wat anders' ook weer afwisslen met 'alweer wat anders': morgen heb ik een mini-feestje met 2 lieve vriendinnen, waar we vieren dat we een tijdje geleden samen iets groots gepresteerd hebben. We eten brood met kaas, quesadillas met nog meer kaas, aardappelgratin en kokospudding. De champagne staat koud. En daar heb ik óók heel veel zin in.